KATWIJK – Hayarpi (20), haar zusje (19) en broertje (14) dreigen uitgezet te worden naar het voor hen inmiddels vreemde Armenië. Na 9 jaar juridische procedures oordeelt de rechter dat het drietal het land moeten verlaten. Het gezin woont in het Katwijkse asielzoekerscentrum en dreigt deze week nog opgepakt te worden zodat ze op het vliegtuig naar Armenië kunnen worden gezet.
Lily en Howick
De zaak lijkt op die van Lili en Howick, de Armeense kinderen die na heel veel media-aandacht én na te zijn weggelopen toch mochten blijven. Actiegroep ‘DeGoedeZaak’ zet zich nu in voor het gezin. Zo’n 400 kinderen bevinden zich in deze situatie.
Gevlucht
Omdat de staat steeds in beroep ging heeft de asielprocedure volgens DeGroedeZaak veel te lang geduurd, en zijn de kinderen geworteld. In mei 2010 kwam het gezin naar Nederland toe. De vader was actief in de oppositie in Armenië en wilde verkiezingsfraude aan het licht brengen. Als gevolg hiervan is de vader ontvoerd en ernstig mishandeld. Het gezin is hierna naar Nederland gevlucht.
De rechter heeft een aantal keer in het voordeel van het gezin geoordeeld, maar steeds ging de staat in hoger beroep. Uiteindelijk is geoordeeld dat ze terug konden naar Armenië omdat de laatste positief uitgevallen uitspraak van de rechtbank ongegrond was.
Student
Hayarpi is student econometrie aan de Universiteit van Tilburg. Tijdens het wachten op een verblijfsvergunning ging ze in Nederland naar school, maakte ze vrienden en werd ze actief lid van PerspectieF, de jongerenpartij van de ChristenUnie. In Brabant zette ze daar een jongerenafdeling op.
Directeur Jurjen van den Bergh van DeGoedeZaak: “De staat laat het hier afweten. Ook deze kinderen zijn hier te lang om ze weg te sturen. Maar na de schok rond Lili en Howick besloot de politiek toch geen structurele oplossing te vinden. Dan oogst je dus weer een individueel geval. En ook weer een groot politiek probleem. Daarom zeggen wij: los het op, en zet tot die tijd niemand uit.”
De oplossing in geval van Hayarpi en het gezin zou het gebruik van de discretionaire bevoegdheid van minister Harbers zijn.







